Homepage


Francesco Fransera
Pseudoniem voor De Medts Frans:
( Paal : 8 )


PERSOONLIJKE GEGEVENS:
     
Naam en voornaam DE MEDTS FRANS
Geboorteplaats en datum RONSE 30/11/1953
Adres FARAZIJNSTRAAT 11, 8670 OOSTDUINKERKE
Telefoon 0486/249079
E-mail frans.de.medts@pandora.be
Website


CURRICULUM VITAE:

Francesco Fransera- Frans De Medts

Frans Marie Gilbert De Medts werd geboren te Ronse op 30 november 1953.
Hij behaalde zijn diploma van de artistieke humaniora in 1971.
Hij volgde architectuur aan het Hoger Sint-Lucas Instituut te Gent (momenteel Hoge Schoolvoor Wetenschap en Kunst) en behaalde zijn diploma voor architect in 1976.
Na avondleergangen stedebouw aan hetzelfde instituut volgde hij postgraduate opleiding ‘architectuurwetenschappen’ aan de Katholieke Universiteit Leuven met als specialisatie ‘Open Systeembouw’ en als keuzevakken houtanatomie, -technologie en –practicum aan de landbouwfaculteit.
Afwerking van het theoretisch gedeelte in 1984 en afronding thesis ‘De bouwknoop en Modulaire Coördinatie, Drager-Inbouw’ in 1991.
Diploma ‘Licentiaat in de Architectuurwetenschappen.’
Hij studeerde theoretische fysica, natuurfilosofie aan de K.U.L. bij Prof. Herman Roelants en houtbouw aan de Vrije Universiteit Brussel bij Prof. Ludwich Van Wilder.
Als ‘erasmusbeursstudent’ werd hij door de K.U.L. aangeraden de Technische Universiteit Delft voor onderzoek betreft het ‘Open Bouwen Ontwikkelingsmodel’ bij prof; Age van Randen (voortzetting onderzoek prof. Habraken ).
Hij nam deel aan verschillende workshops, waarvan hij de workschop ‘de bouwknoop en modulaire coördinatie’ organiseerde op 6 december 1991 in Gent.
De door hem ontwikkelde stijve bouwknopen in hout werden in het labo beproefd onder leiding van prof. Guido De Roeck (K.U.L.-Faculteit Toegepaste Wetenschappen – Departement Burgerlijke Bouwkunde).
Naast zijn loopbaan als zelfstandig architect, was hij assistent lesgever in ‘ontwerpen en projectstudies’ aan het Hoger St.-Lucas-Intituut te Gent (1992-1995) en gastdocent aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Hij is lid van de Raad van Beheer van:
‘VIBE’ (Vlaams Instituut Bio-Ecologisch bouwen en wonen).
‘ArZOG’ (Architecten zonder grenzen).
Verantwoordelijke voor de werkgroepen: - ‘Shelter’ (noodwoningen) - India
‘Michael Windey-Stichting’(medewerking verlenen bij het bouwen van nieuwe dorpen in India). Hij verzorgde diverse publicaties van toegepast wetenschappelijk aard (bouwkunde – in verband met stijve bouwknopen in hout en hun architecturale kwaliteiten) en drie geregistreerde artikels van exact wetenschappelijk aard (fysica – in verband met het minimumbeginsel in de natuur).
In 1991 gaf hij op het ‘9th International Svedala Symposium on Ecological Disign’ te Zweden de lezing: ‘New wood frame construction system with ecological, architectural and design qualities.’
Op 29 september 2000 verzorgde hij , op het International Symposium ‘Beyond Sustainability – Balancing Between Best Practice and Utopia’ aan de T.U. te Eindhoven, de lezing ‘Building Constructions and structures in Wood’.
Zijn werk werd verschillende malen op internationaal niveau bekroond; eerst in 1981 in Berlijn met een kritische Film (in verband met stadsherleving): ‘Out of harm’s way’ (geborgenheid) en daarna vier maal voor architectuurtoepassingen van zijn Europees geoctrooieerde houtskeletbouwwijze.
Hij verdedigde zijn doctoraat op 29 juni 2006 aan de Technische Universiteit Eindhoven.
Het belangrijkste deel van zijn onderzoek (ongeveer een periode van 20 jaar) behandelde de opbouw van een nieuw wereldbeeld en het vastleggen van verbanden tussen dit wereldbeeld en architectuur.

Zijn conclusie is dat kwaliteitsvolle architectuur alleen maar kunst kan en mag zijn.
Zijn wereldbeeld werd dan ook, in de meest absolute zin, zijn kunstwerk.
Elk kunstwerk bestaat dan ook uit de uitwerking van zo’n wetenschappelijk-kunstzinnige gedachte.
Zijn kunstwerken kan je daarom omschrijven als poëtisch geladen stukjes natuurfilosofie.
Ze hebben namelijk te maken met het inzicht, dat schoonheid en (bio)diversiteit steeds gebed zijn in de absolute onvolmaaktheid van de overgang.

EIGEN MOTIVATIE VOOR DEELNAME AAN GETIJDINGEN:

Gedurende de laatste 20 jaar bouwde ik een nieuw (wetenschappelijk) wereldbeeld op.
Het maakte deel uit van mijn doctoraatsonderzoek ( bezorgd aan en besproken met mevr. E. Vandevoorde). Je kan het gerust zien als mijn levenswerk.
Dit werk beschouw ik zelf ‘letterlijk’ als mijn grootste kunstwerk. Het legt namelijk een diepe en verniewende band tussen vele wetenschappen, techniek en kunst.
Ik voelde onmiddellijk verwantschap tussen mijn wetenschappelijke, kunstzinnige inzichten en de uitgangspunten van Mevrouw Ingrid Sinnaeve.
Het getij is vooral een manifestatie van ‘de overgang’ en situeert zich duidelijk in het gebied tussen de absolute onvolmaaktheid van de natuur en de schoonheid van de (bio)diversiteit.
In mijn doctoraat verwijs ik bvb. naar de Nijloverstromingen en het belang van de cyclische bewegingen. Eb en vloed dragen ook dit mysterie in zich.
En mijn persoonlijk onderzoek, op quantumfysisch als op biologisch niveau, wijst er overigens op dat in wezen alles overgang is en de schoonheid van de (bio)diversiteit daarin gebed ligt.
Mijn wereldbeeld krijgt letterlijk vorm dankzij het toepassen van het inzicht in de belangrijkheid van de overgangs-of variatiemogelijkheden van een bepaalde knoopverbinding voor diverse materialen. - Een ‘patroon’ van verbindingen en dus geen vast model dat slechts een vaste vorm zou dicteren –
De knoopverbindingen die in mijn kustwerken voorkomen , zullen door de getijdenwerking meer en meer geaccentueerd worden door het aanslibben van restanten uit de zee. Dit ‘zeepaleis’ moet door de tijd heen het belang van het verband tussen de details (de knoopverbindingen) en het onvolmaakte geheel, ‘het paleis van geborgenheid’, vorm geven.

OMSCHRIJVING EN NAAM VAN HET ONTWERP:

HET ZEEPALEIS
De gekozen paal zou centraal door het kunstwerk lopen.
Dit betekent dat de uiteindelijke vorm van het paleis ook het beeld zou krijgen van een paraplu. (Paraplu als symbool voor bescherming.)
Er worden straalsgewijze versterkingen voorzien die de onderkanten van de bogen verbinden met de paal.
De knoopverbindingen geven een speciale stevigheid aan het geheel (Europees octrooinummer 90200796.2) zie doctoraat.
Hierdoor kan men met kleine secties bijzonder sterke constructies maken.
Bij dit kunstwerk wordt geopteerd voor het toepassen van stalen kokerprofieltjes van max.2 cm zijde.
Het zeepaleis wordt schaalmatig aangepast aan de bruikbare hoogte van de toegewezen paal.
Maximale hoogte 2,25m, maximale breedte 2m.
(Omwille van de veiligheid kunnen de uitstekende kopjes aan de bovenzijde weggelaten worden, waardoor ze op dezelfde hoogte komen van de bogen.)




Homepage